Dertig jaar geleidehonden - Deel 2

Oproep

In december van 1976 kreeg ik van het KNGF een oproep voor de training samen met mijn eerste, toekomstige geleidehond. Welke hond, hoe hij heette en hoe hij - of misschien wel zij - eruitzag, dat waren vragen, waar je in 1976 van de school voor het begin van de opleiding nog geen antwoord op kreeg. Toen niet zo erg, want het najaar van 1976 was nogal intensief; ik kon een kamer krijgen in een studentenhuis dat destijds wijd en zijd bekendstond om de gezellige sfeer, hetgeen in november leidde tot verhuizen en alle klussen die daarbijhoren.

Training

Op maandag 10 januari brachten mijn ouders mij naar het KNGF, dat wil zeggen de oude school aan de Middenweg in Amsterdam Oost. Ik kreeg er een piepklein kamertje toegewezen, waar een bed kon staan en nog net ruimte was voor een wastafel - dat was alles. In de ruimte voor de cliënten lagen twee honden, een kruising van bouvier en nog wat en een Duitse herder. Mijn moeder schrok nogal van de herder en verzuchtte in stilte "Ik hoop dat wij niet met die hond te maken krijgen"... maar het lot was haar "ongunstig" gezind geweest; Ik kreeg de Duitse herder, die naar de naam Ellen luisterde, toegewezen en Ellen bleek zo zachtaardig en toegenegen, dat Ellen mijn moeder zelfs over haar herderangst heen hielp.

De training kan ik kort samenvatten: één grote vakantie van tien werkdagen, die begon met aan elkaar wennen op het trainingscircuit en algauw overging in wandelingen in Amsterdam Oost. Ik vond het een verademing over straat te lopen zonder voortdurend te moeten letten op obstakels. Er bleef veel meer ruimte over om me bezig te houden met wat er zoal om me heen was. De instructeur die mij trainde - Gerrit Wille - liet geen gelegenheid voorbijgaan om me te laten zien waar Ellen me nu weer tussendoor laveerde en zo begon ik me geleidelijk aan steeds zekerder te voelen. Stiekem maakte ik de eerste plannetjes voor na de training, zeker toen we het Muiderpoortstation, het Amstel- en tenslotte ook het Centraal station "Gedaan" hadden. Ik nam me voor, zodra ik het aandurfde, op eigen houwtje vanuit Utrecht naar het KNGF te reizen.

Langzaam opbouwen (De eerste weken)

De training werd afgesloten met een dag in Utrecht, mijn toenmalige woonplaats. Samen met Gerrit en Ellen wandelden we die routes die ik in de komende tijd nodig zou hebben en, na de verzekering dat, als ik hulp nodig had, ik altijd een beroep op het KNGF zou kunnen doen, nam Gerrit afscheid en waren Ellen en ik op elkaar aangewezen.

Ik begon met boodschappen doen - korte routes, omdat ik in de binnenstad van Utrecht woonde - en natuurlijk het obligate uitlaten van de hond. Ook herinner ik me dat ik 's avonds enkele malen een wat langere avondwandeling maakte en zo bij de spoorwegovergang op de Burgemeester Reygerstraat belandde; voor het eerst kon ik aan mijn hobby toegeven en rustig enkele goederentreinen afwachten op een plaats, waar ik tevoren nooit alleen naar toe zou zijn gegaan.

Te veel gevraagd

Alles ging goed, heel goed zelfs. Het kon niet beter! Ellen was volgzaam, had zin in werken, deed het echt voortreffelijk en... dan wil je meer.

één van mijn stille plannetjes was dat ik op eigen houwtje naar het KNGF wilde gaan - het ging allemaal zo goed, dat dit mij de enige manier leek om te laten zien hoe goed het wel ging. Intussen was het wel spannend, want, zou ik, eenmaal in Amsterdam bij het CS aangekomen, tramlijn 9 wel kunnen vinden? Gelukkig zorgen voor niets; alles ging voor de wind en men was inderdaad stomverbaasd dat ik alleen aan kwam lopen. (Van de terugweg herinner ik me niets meer).

En zo kwam van het een het ander; Veertien dagen later - ik had Ellen nog geen maand - werd ik 's morgens nogal vroeg wakker en ik besloot tot actie over te gaan. Zo rond zes uur 's morgens stonden Ellen en ik buiten op de Wittevrouwesingel en begonnen de wandeling vanuit de binnenstad naar het Utrechtse stadion. Mijn plan was om vandaar de weg naar Bunnik te volgen en door te lopen naar Zeist, waar mijn ouders woonden. Dat ging heel goed, totdat we halverwege Bunnik op een fietspad langs de provinciale weg liepen, met rechts van het fietspad omgeploegde aarde en vóór ons nu en dan tegemoetkomende fietsers. Ellen trok me naar links, weg van de omgeploegde grond en ik wilde rechts houden om de fietsers ruimte te laten; het werd steeds drukker op het fietspad. Hele hordes scholieren kwamen ons tegemoet, op weg naar Utrecht. ellen trok naar links, ik naar rechts en de spanning steeg geleidelijk. Ik voelde me onzekerder worden en besloot een en ander maar met harde hand op te lossen, eerst met wat barsere commando's en, toen dat niet hielp, door Ellen een fikse tik met mijn witte stok te geven. Ellen schrok hevig en ik had de eerste grove fout gemaakt. Er zouden er nog heel wat volgen.

Even later werden we ingehaald door een brommer, die vlak langs Ellen voorbijreed. Ze schrok en dook in elkaar en ik... ik maakte de trieste balans op van een overmoedig begonnen wandeling. Het werd nog steeds drukker en er kwamen ook meer brommers voorbij. Ellen bleef haar best doen me bij de rand van het fietspad weg te houden. Het gevolg was dat we allebei flink gespannen bleven en Ellen nog ettelijke malen in elkaar dook als we weer door een brommer werden ingehaald. Ik was er inmiddels van overtuigd dat ze een "Brommertrauma" had opgelopen en we hadden de Coelaan - de weg tussen Bunnik en Zeist, met een veel smaller fietspad - nog voor de boeg. Die Coelaan deden we ongeveer alsvolgt: elke keer dat ik een brommer achter ons hoorde aankomen, stapte ik in de berm en trok Ellen naast me, weg van het fietspad. Toen we eindelijk in Zeist aankwamen - helemaal niet trots meer maar behoorlijk bezorgd - heb ik het KNGF opgebeld en hen gezegd dat ik dacht dat Ellen bedorven was. Daar schrok men natuurlijk hevig van en dus stond er een dag later een instructeur op de stoep om poolshoogte te komen nemen. Met zijn drieën zijn we de Utrechtse binnenstad in gegaan om het "gevaar" op te zoeken. We hebben het niet gevonden, omdat we het niet zagen (pas twintig jaar later ontdekte ik dat een hond bang of voorzichtiger kan zijn als hij (nog) niet voldoende vertrouwen in zijn baas heeft). één brommer haalde ons in, maar Ellen bleef er heel rustig bij - immers, de instructeur was erbij.

Het eerste jaar

Ik geloof dat ik een poosje wat voorzichtiger ben geweest, al was het maar omdat ik ontzettend geschrokken was en voortaan wel degelijk heel zorgvuldig met mijn hond wilde omgaan. Samen ondernamen we echter toch steeds meer. Voor mij is Ellen het absolute middel geweest om Utrecht héél veel beter te leren kennen. Ik begon alleen te winkelen: een langspeelplaat uitzoeken, winkeltjes met tweedehands dingen opsporen, steeds langere wandelingen te maken. En dit breidde zich in de jaren daarna nog verder uit.

Verwante links

Contact

Naar de Nederlandse beginpagina