Dertig jaar geleidehonden - Deel 3

Het vorige artikel eindigde met de slotzin dat onze mogelijkheden, d.w.z. de mogelijkheden van mijn hond Ellen en mij, zich steeds uitbreidden. Het ging zo ver dat ik op een ijskoude avond in de winter van 1985 een vooroorlogse radio ging ophalen in Helmond. De radio had een dermate vooroorlogs gewicht dat ik hem op twee armen moest dragen en dus Ellen's beugel niet meer kon vasthouden, maar... u snapt het al: ze bleef geleiden en nog resoluut en veilig ook. Met volkomen verkilde handen, maar met een onbeschadigde radio kwam ik 's avondslaat thuis (Dat de verkoper van de radio later een oplichter bleek, is in dit verhaal slechts bijzaak Ik had Ellen toen acht jaar.

Gedurende die acht jaar deed ze haar werk over het algemeen heel goed en ik werd dus - zonder het te beseffen - verschrikkelijk verwend. Helemaal zorgeloos waren die acht jaar echter niet geweest: ergens in het begin van de tachtiger jaren veranderde Ellen's gedrag in met name bussen en eigenlijk nog specialer, met name in streekbussen; ze werd onrustig, sprong later zelfs soms met haar voorpoten bij mij op schoot en nog later maakte ze piepende geluiden. De oorzaak kende ik niet, maar ik zocht het in pijn als gevolg van het trillen van de bus tijdens het optrekken. De dierenarts had geen verklaring en gelukkig verdween het merkwaardige gedrag na maanden ook weer vanzelf. Wel bleek jaren later dat ze in de rug plaatsen had waar sprake was van verbeend kraakbeen.

Angst

Iets veel ergers gebeurde in het najaar van 1984. Toen ik op een middag van mijn werk kwam en in Zeist uit de bus stapte, ontplofte er op het zelfde moment een rotje bij de achterdeur van de bus. Ik voelde bij het uitstappen de hitte van het ontploffende vuurwerk en de stukken vlogen mij om de oren. Ellen moet heel erg geschrokken zijn, want vanaf dat moment was ze bang voor vuurwerk. Dat ging zo ver dat ik haar op oudejaarsavond van 1984 met hulp van mijn vader met de auto naar de andere kant van Zeist moest brengen, alvorens ze daar de rust vond om uitgelaten te worden. Toen in het begin van 1985 daar, vlak achter het centraal station van Rotterdam, nog een ontploffend rotje bijkwam, was ze bijna niet meer te houden als er vuurwerk op straat ontplofte; ze dook elke portiek in die ze zag, om maar te ontkomen aan het gevaar.

Samen sterker

Ik kreeg een ingeving, die nog terugging op de brommerangst uit het vorige artikel en probeerde, direct na een knal juist dat te doen wat ze niet wilde - recht naar het vuurwerk toe, terwijl ik haar aanmoedigde: "Kom op, we gaan eropaf". En het wonderlijke was dat ze nog meeging ook. Achteraf denk ik dat je zoiets alleen dan kunt doen als je lang met een hond hebt samengewerkt en als je elkaar blindelings vertrouwd. De vuurwerkangst bleef dus nog net beheersbaar, maar dit alles maakte wel duidelijk dat Ellen een oudere hond was geworden en oudere honden worden minder flexibel. Ellen was inmiddels tien.

Laatste jaar

Het einde van Ellen's carrière kondigde zich definitief aan in de zomer van 1986; ze begon langzamer te lopen, begon na twintig minuten lopen zelfs te trekken met een achterpoot en kon in mensenmassa's niet goed meer kiezen hoe ze tussen de mensen door moest laveren. Ik nam contact op met de geleidehondenschool en in november kwam een instructeur kijken hoe de zaak ervoorstond - behoorlijk slecht dus. In het gesprek dat we toen hadden moest ik helaas vaststellen dat ik Ellen niet zou kunnen houden als er een vervangende hond zou komen - immers, overdag werkte ik en Ellen elke dag alleen thuislaten leek mij geen goede oplossing. Ik zou dus moeten zoeken naar een pleeggezin. Toen ik in juni van 1987 werd opgeroepen voor de training met mijn tweede hond was de nood aan de man. Ik had nog steeds geen pleeggezin gevonden. Door een stom toeval echter, een gesprek tijdens het bloedgeven op de bloedbank, raakte de medewerkster van de bloedbank zo bij de situatie betrokken, dat zij er later met collega's over sprak. Het gevolg was een telefoontje van een medewerkster uit Montfoort, die zich bereid verklaarde Ellen in haar gezin op te nemen. Eind augustus 1987, ik had de training met Cisca, mijn tweede hond inmiddels doorlopen, kwamen ze Ellen ophalen en weg was ze. Ik zou haar nog twee keer terugzien.

De laatste maanden

Ik heb natuurlijk regelmatig contact gehad met het pleeggezin om te horen hoe het met Ellen ging - Heel goed! ze had dikke vriendschap gesloten met hun vierjarige dochtertje en genoot van een rustige oude dag zonder verplichtingen en het gezin genoot van een hele rustige, volgzame harige gast, die geen kwaad kon doen. Met opzet heb ik tot februari van 1988 gewacht, voordat ik naar Montfoort gin; ik had Cisca, Ellen's opvolgster, uit tactische overwegingen thuisgelaten. Ik weet nog dat ik erg benieuwd was naar hoe Ellen zou reageren als ze mij zou terugzien, temeer daar ze heel rustig weggegaan was. Toen dat gebeurde bleef ze uiterlijk heel kalm. Haar opwinding bleek pas toen ik haar hartslag voelde; het liet ook haar niet onberoerd. Nog één keer zou ik haar terugzien - in juni van datzelfde jaar. Het pleeggezin belde mij en vertelde dat Ellen verlamd was geraakt en erg veel pijn leek te hebben. Zij wilden Ellen laten inslapen, maar eerst met mij overleggen. Ik ging naar Montfoort en trof Ellen rillend van de pijn aan. Tijdens het halve uur dat ik daar binnen was, kwamen er enkele malen kinderen uit de buurt aan de deur om te vragen hoe het met Ellen ging. Eén had zelfs een tekening van Ellen gemaakt. Gerard en ik hebben nog diezelfde middag Ellen met de auto naar de dierenarts gebracht en haar daar in de behandelkamer laten inslapen - heel vredig was dat. Zo - dat was dan de zorgelijke kant van het hebben van een geleidehond. Daartegenover staan prachtige scènes, waarin Ellen bij voorbeeld in Frankrijk bij meer dan dertig graden warmte eindelijk de moed opbracht in het water te stappen om verkoeling te zoeken (Mevrouw was nogal nuffig en hield niet van een natte jas). Zo heerlijk was het, dat ze middenin het vijvertje op een steen sprong, blaffend van pure uitgelatenheid. Heel veel wandelingen kregen iets extra's door het levendige spel met haar grote vriendin Dasja - ook herder en geleidehond, spel dat zo ruig kon verlopen, dat buitenstaanders dachten dat beide dames elkaar zouden afmaken. Ze hebben elkaar, en dat staat vast, nooit één haar gekrenkt.

Verwante links

Contact

Naar de Nederlandse beginpagina